Verslag van de landelijke contactdag PharostelefonistesDini van den Heuvel en Elly RooseOp 5 oktober 1996 zijn, op uitnodiging van de werkgroep Pharostelefoon, 14 telefonistes bij elkaar geweest in Zeist om ervaringen met betrekking tot de Pharostelefoon uit te wisselen. Er waren zowel telefonistes aanwezig die al jaren aan de telefoon zitten als telefonistes die dit nog maar kort doen of zelfs nog moesten beginnen. Naast de landelijke telefonistes waren zeven regio's, verspreid over het hele land, vertegenwoordigd. KennismakingNamens de werkgroep Pharostelefoon heet Dini iedereen van harte welkom en stelt voor een kennismakingsrondje te houden omdat er verschillende nieuwe telefonistes aanwezig zijn. Luisterend oor en regie van het gesprekNa de kennismaking hebben we met elkaar gesproken over hoe je een luisterend oor kunt bieden aan degene die belt en toch de regie van het gesprek kunt houden. Eerst in kleine groepjes en daarna zijn de voornaamste punten uit de groepjes in de grote groep samengevat.BegripEr kwam naar voren, dat er bij alle telefonistes heel veel begrip is voor het verhaal dat degene die belt kwijt wil. We weten allemaal nog goed wat het betekent om voor het eerst iemand te spreken die je, zonder dat je al teveel uit hoeft te leggen, begrijpt.Goed luisteren en eventueel korte aantekeningen maken is van belang om zo goed mogelijk in te kunnen gaan op wat degene die belt vertelt. Je eigen ervaringen zijn pas van belang als ze kunnen dienen als verduidelijking. Klantvriendelijk, eigen verantwoording en informatieAls Pharostelefoniste moet je wel je eigen grenzen aangeven. Als je bijvoorbeeld op het moment dat je gebeld wordt geen tijd hebt, moet je dat ook rustig kunnen zeggen en vragen of degene die belt een an dere keer terug wil bellen. Dan moet je natuurlijk wel bereikbaar zijn en tijd hebben.Is het niet klant-onvriendelijk om de ander terug te laten bellen, moet je niet aanbieden zelf terug te bellen, was een vraag die daarbij ook aan bod kwam. Het lijkt wel klant-onvriendelijk, maar dat is heel betrekkelijk. Je biedt toch een andere tijd aan, waarin je ruim aandacht en tijd kunt besteden aan degene die belt. Bovendien zijn we allemaal vrijwilligers met ook andere eigen bezigheden en de telefoonrekening van Pharos zou toch wel heel hoog oplopen als we zelf terug gaan bellen. Verder is het ook verstandig om niet de verantwoordelijkheid van de beller over te nemen. Het is nooit jouw probleem, jij kunt hooguit mee op zoek gaan naar oplossingen, maar degene die belt blijft verantwoordelijk. Wij zijn een vereniging van ouders voor ouders. We kunnen elkaar ondersteunen, op weg helpen en alternatieven aandragen maar uiteindelijk zal degene die belt het zelf moeten doen. Als afsluiting van een gesprek kun je samenvatten wat er besproken is en aanbieden om informatie op te sturen. Maak de bellers attent op literatuur over hoog begaafdheid of op de Pharosbijeenkomsten in de regio's, die zij enkele keren bij kunnen wonen voordat zij lid worden. Bied ook aan dat mensen terug kunnen bellen als ze nog meer vragen hebben. Noem tijden en zeg ook wanneer het niet kan. Sommige telefonistes vroegen zich af, of je dan het probleem niet verplaatst, bijvoorbeeld naar de regio. Maar bij nader inzien bleek dit toch een misverstand. Ook de regio heeft geen kant en klaar recept maar kan mensen wel, zoals een telefoniste het noemde, een warme ontmoetingsplaats bieden, waar zij in een accepterende omgeving opnieuw gehoor vinden voor hun problematiek en van ervaringen en oplossingen van anderen gebruik kunnen maken. Alleen het ruimte geven aan de problematiek kan al zo verhelderend en steunend zijn voor ouders, dat zij er op een andere manier naar gaan kijken en weer energie vinden om er zelf mee aan de slag te gaan. Bovendien weten landelijke telefonistes niet exact wat er in de regio's gebeurt en zijn regiocontactpersonen beter op de hoogte van de mogelijkheden van scholen, onderwijsbegeleidingsdiensten en hulpverleningsinstanties in de regio. Informatie van landelijke telefonistes en regiocontactpersonen kan dus elkaar erg goed aanvullen. Tenslotte is besproken wat we als informatie mee kunnen sturen. Afgesproken dat er Mensa folders en folders van Vierkant voor wiskunde naar de regiocontactpersonen gestuurd worden. Een voorbeeldNa de lunch zijn we aan de hand van een voorbeeld uit de praktijk ingegaan op vragen die aan de telefoon gesteld worden. Eerst in kleine groepjes (andere samenstelling dan 's morgens) en daarna samengevat in grote groep. Stel: een moeder belt dat zij in Margriet iets gelezen heeft over onze vereniging. Zij vraagt zich af of haar zoon hoogbegaafd is, hoe ze dat te weten kan komen en of ze er op school over moet praten en hoe. Hoe ga je hiermee om, welke informatie geef je, wat moet je als telefoniste zelf weten?SamenvattingProbeer te achterhalen waarom mensen bellen. Zoek naar aansluitingspunten waarmee je mensen op weg kunt helpen. (Zie ook wegwijzer die aan het eind van de dag is uitgereikt).Hoe kom je erachter of degene die belt het over een hoogbegaafd kind heeft? Laat degene die belt het eigen verhaal vertellen. Is testen noodzakelijk? Niet altijd. Vertel zelf wat over hoogbegaafdheid in het algemeen. Bijvoorbeeld dat er uit onderzoek bekend is waaraan hoogbegaafde kinderen te herkennen zijn.
Ben voorzichtig met de ervaringen met je eigen kinderen, er zijn geen twee hoogbegaafden hetzelfde, gebruik eigen ervaringen slechts als illustratie. Bij vragen over testen attenderen op het themanummer "Testen" van Signaal. Bedenk dat voor de verzekering een IQ test iets anders is dan een psychologische test. De laatste wordt eerder vergoed dan de eerste. Geef aan dat steeds meer verzekeringen vergoeden en dat het dus verstandig is dit op te vragen voordat besloten wordt om een kind te laten testen. Vertel ook, dat ieder testbureau eigen tarieven heeft. Geef altijd meerdere adressen zodat degene die belt zelf kan kiezen. Bij gesprekken met school is het verstandig het gesprek een officieel tintje te geven. Ga als ouders, als het mogelijk is, samen (net pak). Maak tevoren een agenda en na afloop een verslag voor jezelf en de leerkracht. Probeer met meerdere ouders te gaan, zoek met school naar beleid en neem niet te snel genoegen met een ad hoc oplossing. Zeg tegen ouders dat het heel belangrijk is dat zij in hun kind blijven geloven. Hoogbegaafde kinderen hebben ook behoefte aan ouders die trots op hen zijn en hen dit laten merken door een schouderklopje of complimentje. Hoe houd je als telefoniste je eigen kennis op peil?Lees Signaal en houd de telefoonklapper bij. Tip: Lees eens een boek over een gewoon kind, dan wordt wellicht duidelijk of een kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft met alles wat daar bij hoort.Andere suggestie: lees "Dibs op zoek naar zichzelf" van Virginia Axline, uitgegeven door Bosch en Keuning, 13e druk in 1989. ISBN 90 246 4079 2. Evaluatie van de dagRondje gedaan. Iedereen was positief, graag herhaling dan met een onderwerp waar we dieper op ingaan. Verzamel zelf in je praktijk wat je tegenkomt en waar we het een volgende keer over willen hebben!!Goed idee, de werkgroep komt hier nog op terug voor volgende bijeenkomst. Ter afsluiting vat de werkgroep de dag samen in en kele punten:
"Wegwijzer"Kinderen zijn toch te waardevol en ouders doen er goed aan zich te realiseren, dat hoogbegaafdheid geen ziekte is die je afhankelijk maakt van deskundigen. Integendeel hoogbegaafden kunnen en willen juist zelfstandig, soms met behulp van deskundigen of anderen, hun zaakjes regelen.Laat ons dus niet als telefonistes vervallen in een manier van informatie en advies geven die mensen afhankelijk maakt in plaats van hen de weg te wijzen hoe zij zelf verder kunnen. Dat is ook de reden waarom de Werkgroep Pharostelefoon een "Wegwij zer" voor telefonisten heeft samengesteld, die je kunt gebruiken om zelf verder te gaan. Met de uitreiking van deze "Wegwijzer" hebben we de bijeenkomst besloten en iedereen wel thuis gewenst. december 1996 |